De voordelen van een vijzel ten opzichte van een scheprad zijn een grotere opvoerhoogte en een sterkere constructie.
Het scheprad wordt afgesteld met lapbalken en wiggen. Men positioneert het scheprad in het midden van de krimpmuren met de lapbalken (binnenlapbak, die “binnen” zit en buitenlapbalk die “buiten” zit) en zet ze parallel aan de krimpmuren met de wiggen waarmee de as in de lagerstoelen is bevestigd. Zie fig. 11.4.3.3.
Er zijn verschillende soorten maalstenen. Qua vorm zijn er de traditionele diabolo-vormige maalstenen en de moderne vlakke maalstenen. Wat betreft steensoorten zijn er kunststenen, Duitse blauwe stenen en Franse stenen.
Het gevlucht van een pelmolen moet een diepe of holle zeeg hebben, wat betekent dat de hoek tussen het diepste deel van het hekwerk en het vlak waarin de roeden draaien groot is. Het hekwerk moet breed zijn, met windborden die verder naar voren en breed staan. Dit ontwerp zorgt ervoor dat de molen gemakkelijk start, een grote trekkracht heeft en bij een bepaalde windkracht langzaam draait. De molen reageert traag op windvlagen, wat bijdraagt aan een stabiele werking.
Het grote wiel op de wentelas van een oliemolen wordt het 'steenwiel' genoemd. Het is essentieel voor de aandrijving van verschillende werktuigen in de oliemolen, zoals de kantstenen en het vuister. Zie figuur 14.2.1.
Bij het husselen op een papiermolen dompelt men een schepvorm in de kuip en verdeelt de vezelstof gelijkmatig over het oppervlak, zodat de vezels tot een blad vervilten en het water grotendeels wegloopt.
'Water ophouden' bij een watergedreven molen betekent het tegenhouden van water met een stuw of dam, waardoor het waterpeil in een beek of rivier wordt verhoogd. Dit zorgt ervoor dat er stroomopwaarts meer water wordt vastgehouden, wat helpt tegen verdroging in droge tijden en zorgt voor een gelijkmatige waterafvoer, wat ook helpt bij wateroverlast in natte periodes.
'Waterlossing' bij een watergedreven molen is het gecontroleerd afvoeren van water om het rad in beweging te zetten. Dit kan door het water op het rad te laten vallen (bovenslag) of eronder door te laten stromen (onderslag), met als doel mechanische energie te verkrijgen.