Les 01
(2026)

Door onbegrip van de mensen werd er vooral in de eerste periode weinig succes geboekt met het werk van DHM.

De relatie tussen DHM en GVM is dat GVM de lesgevende partij is en DHM de partij die de examens afneemt.

De drie grote voordelen van het regelmatig laten werken van een molen zijn: klein onderhoud wordt tijdig gedaan, wat kosten bespaart; een draaiende molen verlevendigt het landschap meer dan een stilstaande; en een werkende molen toont beter het vernuft van onze voorouders.

De directe aanleiding voor het oprichten van het Gilde van (toen nog vrijwillige) Molenaars was de vergrijzing van de beroepsmolenaars.

De grootste discrepantie die ons opvalt bij het motto “molens moeten werken” is dat het Gilde niet opleidt om met molens te werken, maar alleen om ze te laten draaien.

Het Gilde heeft in de statuten staan dat, waar mogelijk, de molen ook zijn oorspronkelijke functie moet uitvoeren. Er zijn echter niet voldoende ervaren instructeurs en vakmolenaars om elke leerling het werken met de molen bij te brengen. DHM examineert dus niet op het werken, maar op het draaien van de molen.

De vanzelfsprekendheid waarmee wordt gesteld dat de moderne molenaar ook theorie van allerhande molens moet kennen, leidt tot theoretici.

De twee genoemde hoofdeigenschappen van de moderne (vrijwillige) molenaar zijn 'daadwerkelijke belangstelling' en 'enthousiasme'.

Nee, je mag niet wegblijven van de les zonder dit ruim op tijd te melden bij de instructeur. Incidenteel mag het, maar niet vaker. Het opleiden kost immers zowel jou als je instructeur moeite. En als je het leuk vindt, is het toch vreemd dat je niet komt. Ziekte is helaas niet te voorkomen en soms zijn er onverwachte persoonlijke omstandigheden. Overleg altijd zoveel mogelijk met je instructeur.

Het onderhoud van molens wordt betaald door verenigingen, stichtingen, gemeenten, particuliere eigenaren en de overheid.

Het Gilde van Vrijwillige Molenaars is in 1972 opgericht. De naam is gewijzigd in Gilde van Molenaars aan het eind van 2022, bij het 50-jarig bestaan.

Lagedrukgebieden die een naam krijgen, zijn doorgaans zware stormen (depressies) die een significante impact hebben en waarvoor het KNMI (samen met Ierland en het VK) code oranje of rood voor windstoten uitgeeft. Deze naamgeving dient om het bewustzijn van gevaarlijk weer te vergroten, de communicatie te verbeteren en de voortgang van de storm beter te volgen via de media.

🔝