Les 24
(2026)

De verhouding van het bewegen is, als de wipstok 5 cm beweegt, beweegt de vangbalk 1-1,8 cm.

Men voorkomt het binnenstromen van water via de wipstok door leklatjes rondom de wipstok te bevestigen vlak voor het gat waar de wipstok de kap in gaat.

De wipstok hangt aan de haak.

De wipstok hangt aan de haak. Het is belangrijk om deze haak regelmatig te controleren op slijtage.

Als de wipstok naar beneden getrokken wordt, beweegt de vangbalk omhoog.

Nee, als er een binnenvangstok gebruikt wordt, kan er geen duim gebruikt worden omdat je met een binnen vangstok de vangbalk niet van links naar rechts kan bewegen.

Bij een klinkvang maakt het niet uit waar je staat. Dit komt doordat de vangbalk gefixeerd is in een achterste hanger met een hangereel. Hij kan alleen maar op en neer bewegen.

Om een klinkvang te bedienen en de molen te vangen, geef je een kort rukje aan het vangtouw of ketting zodat de vangbalk de klink naar voren laat bewegen. Door het touw/ketting dan een klein stukje te laten vieren kan de vang niet meer haken aan de klink. Daarna bedien je de vang op dezelfde wijze als een duimvang.

Als er een vangtouw uit de kap komt ter hoogte van de roosterhoutjes, is er trommelvang toegepast.

Een evenaar vindt men in de standerdmolen en de wipmolen.

Dit noemen we verhangmalen. Het water heeft even tijd nodig om naar de molen toe te stromen. Of je voldoende water uitgeslagen hebt leer je in de praktijk door ervaring.

Een rollenkruiwerk.

Het waterhol bevindt zich tussen de askop en het halslager.

Het effect van een diep koufront na een warme dag met veel vocht in de lucht is zware buien met regen en/of hagel (afhankelijk van de bovenluchttemperatuur). Ook is er een grote kans op onweer en windstoten. Gevaarlijk weer dus voor de molen tijdens het draaien.

🔝