Les 11
(2026)

De penbalk in een standerdmolen is meestal uit kromgegroeid hout gemaakt om de bovenas ruimte te geven en toch tussen de daklijsten te passen.

De balk in een standerdmolen die negentig procent van het gewicht van het gevlucht draagt, is de windpeluw.

Een zadeldak, of het nu op een standerdmolen of elders is, bestaat uit twee rechte vlakken die onder een vrij scherpe hoek samenkomen en zo een dak vormen. De toren in Slochteren heeft ook zo’n zadeldak.

Bij een standerdmolen kan de trap zijn opgehangen met parallelbomen of met doorlopende bomen.

Bij een standerdmolen waar vier staande balken aan de staart hangen, heten deze 'nonnen' en 'kandelaars'. De langste zijn de kandelaars, de kortere de nonnen. Denk aan een non die geknield ligt voor een (grote) kandelaar.

De wipmolen is oorspronkelijk een poldermolen.

Er staan zoveel wipmolens in Zuid-Holland omdat daar veel water uit polders en droogmakerijen weggepompt moet worden.

De wipmolen maakt een wippende beweging omdat hij een klein bovenhuis heeft dat tijdens het malen beweegt. Ook wordt wel gezegd dat het scheprad het water uit de polder ‘wipt’.

Als de koker van een wipmolen bestaat uit vier dikke en vier dunne planken, gaat het meestal om een zware (veel werk verzettende, grote) wipmolen.

De balk waar de schaarstijlen op staan bij de wipmolen heet de draagbalk.

🔝