De verschillende rollenkruiwerken zijn het engelse kruiwerk, het houten of gietijzeren rollenkruiwerk en het kruiwerk van de paltrok.
Het voeghouten kruiwerk, het neutenkruiwerk, en het zetelkruiwerk inclusief de koning van de paltrok.
Nee, niet alle kruiwerken zijn aangebracht op een boventafelement. Bij een standerdmolen, een wip of een spinnenkop is de zetel meteen ook het kruiwerk, soms aangevuld met neuten.
Ja, een paltrok heeft een overring.
Nee, een voeghouten kruiwerk heeft geen overring maar een glijring.
Het voeghouten kruiwerk en het engels kruiwerk hebben geen kuip nodig. Het engels kruiwerk heeft vaak wel een soort kuip dat de molen afsluit. Ook het rollenkruiwerk bij de paltrok heeft geen kuip nodig.
Keerneuten zorgen ervoor dat de kap in de kuip op zijn plaats blijft en de neuten dragen de kap.
Bij oudere neutenkruiwerken zie je in plaats van keerneuten ook wel keerschijven.
Om overkruien, het afschuiven van de kap van de glijring, te voorkomen worden er aan de onderkant van de voeghouten keerklossen aangebracht die langs de binnenkant van de glijring gaan. Bij de Windlust in Overschild is dit een keerbalk.
De verbinding tussen de koning en de rollen bij een paltrok is de kraag met daaraan de schaarstokken met aan ieder uiteinde een rol.
Het onderhoud van een engels kruiwerk is voornamelijk het smeren van de asjes van de rollen.
De houtverbinding van neuten in het boventafelement heet een zwaluwstaartverbinding. Dit is een verbinding die ervoor zorgt dat de neut in de sleuf geschoven kan worden (horizontaal) maar niet naar boven eruit kan schuiven. Vanuit de basis van de neut gezien loopt het hout schuin naar buiten naar beneden uit zodat de basis van de lip van de neut breder is dan de bovenzijde van de lip. Plaatje uit “ De windmolen en zijn onderdelen van JG Wiessner 1973”
Die neemt dan af. Warme lucht kan meer waterdamp opnemen dan koudere lucht.
Om de grote krachten die met name tijdens het vangen ontstaan, op te kunnen opvangen.