Nee, zelfzwichting is geen rendementsverbetering ten opzichte van zeilen als je kijkt naar het vermogen van een wiek met zeil of kleppen, mits de rest hetzelfde is.
Nee, de as van de kleppen zit niet in het midden omdat de druk van de wind anders de kleppen niet kan openen. Als de as in het midden zou zitten, zou de druk even groot zijn aan beide zijden van de as. De as zit op een derde deel vanaf boven gezien, zodat de wind het onderste deel open kan duwen.
Bij hogere snelheid zorgt ook de middelpuntvliedende kracht op de treklat ervoor dat de treklat naar buiten wordt geslingerd. Dit betekent dat ook deze kracht de kleppen opentrekt.
Door aan de achterzijde van het systeem een gewicht te hangen. Hoe meer gewicht, hoe langer het duurt voordat de kleppen opengaan.
De twee uitstekende staven heten de vaste en losse bezaan.
De stang in de bovenas heet de zwichtstang.
Ja, de stang in de bovenas, de zwichtstang, draait mee met de bovenas.
De beweging van de zwichtstang gaat van de spin naar de korte zwichtstangen, naar de kniehefbomen, naar de lange zwichtstangen en dan naar de treklatten.
De lat aan de achterzoomzijde heet de buitenlooplat en de lat aan de roezijde heet de binnenlooplat.
Voor het omhoog zetten van de jukken worden vier achtkantstijlen gebruikt. Deze zijn verbonden met de vaste legeringsbalken. De vier andere achtkantstijlen worden aan de losse legeringsbalken bevestigd.
De twee grootste gevaren van een bui die recht op de molen afkomt, zijn dat op enig moment de wind van de andere kant kan waaien (buienwind). Het andere gevaar kan zijn dat er in deze bui ook onweer zit.
Als molenaar heb je liever de koude oostenwind. Dit betekent dat je een krachtige wind hebt die ook nog eens constant waait. Koude lucht bevat namelijk meer moleculen en wind uit het oosten is over het algemeen zeer constant.
De molen moet van alle kanten vrije windvang hebben, dus zo weinig mogelijk hoge bomen en bebouwing in de directe omgeving.