Je controleert bij een aanslepend buikstuk eerst of de bovenas niet is verzakt door welke oorzaak dan ook. Dit doe je door de beet van de kammen te bekijken. Als de bovenas is verzakt, zal de beet anders zijn dan deze hoort te zijn.
Bij de wipstok controleer je regelmatig op slijtage van de haak, of de stok niet is verrot (aan de buitenzijde) en of de ketting/touw tussen de wipstok en de vangbalk nog goed is en niet is versleten.
Voordat je gaat draaien, controleer je globaal of de vangstukken nog goed met elkaar verbonden zijn, door de maanstukken of maanstuk gelijkende onderdelen.
Wanneer de lendestut los zit, kan de vang niet voldoende naar opzij/rond geduwd worden, waardoor deze blijft aanslijten. Een aanslijtende vang kan brand veroorzaken.
Wanneer de vangbalk de kapvloer raakt, zal de vang niet meer optimaal worden aangetrokken, waardoor de vang niet meer goed werkt. Vangen gaat langer duren en door de langere duur van het vangen kan er brand ontstaan.
Wanneer de vangbalk de kapvloer bijna raakt, moet de vang verstoken worden.
De vangbalk loopt vast in de ezel. De ronding bij de pen (het scharnierpunt) is niet voldoende groot dat de balk verder kan zakken. Een molenmaker zal dit moeten oplossen.
Het probleem dat je kan krijgen bij een trommelvang met een te lage vangbalk is dat het binnenvangtouw volledig afgewikkeld kan zijn waardoor het geen grip meer heeft en niet meer opgerold kan worden. De vang kan daardoor niet meer bediend worden. Een oplossing is het binnenvangtouw weer twee of meer slagen om de as van te draaien zodat deze weer grip heeft.
Alle ijzeren onderdelen die gecontroleerd moeten worden rondom de vang zijn in ieder geval: de haak van de wipstok, de koebout, de maanijzers, het sabelijzer, de duim, de binnenvangketting en alle verbindingsbouten die deze onderdelen met elkaar verbinden.
De teruglooppal bestaat uit drie of meer kammen die ervoor zorgen dat een stilstaand gevlucht niet achteruit kan lopen. Deze kammen kunnen, net als normale kammen, ook los gaan zitten. Op zich is dat niet heel erg totdat de wiggen eruit vallen. De kammen zullen er dan ook uitvallen en dan heb je geen teruglooppal meer maar een blokje zonder werking.
Bij een dag met weinig wind en zon en een groot wateroppervlak in de buurt kun je zeewind (of wind van een groot meer) verwachten. Ook al is de verwachting dat de wind over het geheel van de andere kant komt, is dit fenomeen vaak bij rustig en zonnig weer veel te verwachten.
Een noordwestenwind is een werkwind omdat deze vaak erg vlagerig is en je soms meerdere keren op een dag moet zwichten. Ook bij het meel malen moet je de steen goed in de gaten houden.