Bij een voeghouten kruiwerk smeer je de glijring en de keerklos/balk.
Bij een neutenkruiwerk smeer je de onder en de achterzijde van de overring.
Het liefst smeer je de molen met reuzel of groene zeep. Dit maakt het hout niet zacht en indrukbaar, terwijl grafietvet en olie dat wel doet.
Kammen worden gesmeerd met bijenwas, dit noem je kammenwassen.
Je smeert de hals en de pen, en bij de pen smeer je ook de achterzijde. Je zorgt ervoor dat er een mooie, stevige maar dunne laag reuzel op het ijzer ligt, die door het draaien wordt uitgesmeerd. Het overtollige vet verzamelt zich aan de zijkant. Door de geringe warmte wordt deze reuzel wat dunner en smeert het de pen en de hals.
De tap bij de neuten van de koningsspil, de staufferpot bij de steenbus, de taatspot van de bolspil, de taatspot van de koningsspil, diverse taatsen en tappen van diverse rondsels en assen, de luias, enzovoort.
Kijk je vanaf de voorkant naar de roede en de molenromp dan leg je rechts kort en links lang.
Je legt de rechterkant strakker dan de linkerkant, omdat de molen dan tegen de vang in draait, gezien vanaf de voorzijde en kijkend naar de roede en de molenromp.
Het gevlucht staat zowel boven als beneden komend, zo’n 70 à 75 graden, oftewel een heklat breedte uit het lood en vóór het bovenste dode punt.
Als je lange tijd niet aanwezig bent, staat het gevlucht overhek, als een kruis.
De juiste volgorde van het vastzetten van de bliksemafleiderkabel is eerst de kabel aan de ringleiding vastmaken, dan aftikken aan het gevlucht of de staart, en dan pas bevestigen. Hiermee zorg je ervoor dat opgebouwde statische elektriciteit zich kan ontladen in de aardkabel.
Bij de wipstok moet regelmatig de haak worden gecontroleerd op overmatig inslijten. Om extra slijtage te voorkomen, zou je de wipstok kunnen vastzetten (met een touw bijvoorbeeld) na het draaien met de molen.